Publicaties
1980 Van voorstellen en groeien de zeventiger jaren, Doetinchem drukkerij Crescendo

In de jaren zeventig, m.n. vanaf ’75 ,begon ik met het schrijven van gedichten. Voorafgaand aan deze bundel had ik al een eerste poging ondernomen (rond 75-76) gedichten te bundelen. Geschreven in een schrift liet ik ze een aantal mensen lezen, maar de reacties daarop waren niet hoopgevend. Achteraf gezien wel terecht; het waren vingeroefeningen, zonder een duidelijk thema en doel. In ieder geval kwam het gedichten schrijven weer even op een laag pitje kwam te staan.
In 1980 ondernam ik deze tweede poging. Vooral geïnspireerd door o.a. Nijhoff en Roland Holst zijn het ook dit keer – wél wat beter dan de ‘schriftgedichten, maar nog veelal mislukte- pogingen diezelfde sfeer op te roepen die ik in de gedichten van deze dichters vond. Af en toe herken ik nu nog wel de authenticiteit van die uitingen van mijn gevoelsleven van toen, maar het merendeel is mooischrijverij met clichématige en te dik aangezette, grote woorden. Ik gebruik die herkenbare ervaringen, die ik na al die jaren nog onder de teksten verscholen zie liggen, nu wel weer, maar probeer er dan anders mee om te gaan.
Het bundeltje heb ik zelf in de drukkerij van neef René Jansen, Crescendo in Doetinchem, in het pré-computertijdperk elektronisch ‘gezet’ . Door René zijn er 150 exemplaren van gedrukt.
1983 De brug , verhalenbundel Grensgevallen/Grenzfälle, Vaassen, uitgeverij ‘De Denker’

Dit verhaal dat speelt zich af in de omgeving van de Linthorst (Stokkum) en vertelt van een liefde tussen een Nederlandse jongen en een Duits meisje. Door de gebeurtenissen van de Tweede wereldoorlog neemt deze liefde een dramatische wending. Ik heb dit verhaal geschreven in het kader van een schrijfwedstrijd geïnitieerd door de Commissie Grenscontacten op maatschappelijk terrein (ingesteld door de Provinciale Staten van Gelderland). Thema was het leven aan en met de grens, waardoor ik als grensbewoner uiteraard werd uitgedaagd mee te doen. Dit verhaal werd beloond met derde prijs, door een jury waarin o.a Henk Krosenbrink zat. In augustus 1988 is het in een vertaalde, Westfaals dialect, versie voorgelezen op radio WDR 4 in het programma ‘Land und Leute’.
1989 Ku-j van water wien maken, verhaal in herinneringsboekje bij 40 jarig bestaan St.Paulus Ulo-mavo in ’s Heerenberg. Samenstelling Henk Harmsen, ’s Heerenberg.
Ik heb zes jaren op deze middelbare school in ’s Heerenberg gezeten, dus zijn er heel wat herinneringen. Begonnen als ‘vroege’ leerling van 11 jaar kwam ik er zes jaren later in 73 vanaf, toen ik al bijna 18 was. Mooie tijd gehad, niet zo veel geleerd, maar ik denk er nog steeds met plezier aan terug, wat ook in het verhaal tot uiting komt. Overigens het eerste verhaal in het dialect, niet volgens de officiële WALD spelling, maar zelf bedachte – meer fonetische- spelling. Aan de mix van Nederlandse - en dialectwoorden is te zien dat ik het schrijven in het dialect nog niet helemaal onder de knie heb.
1993 Euver de geut/Ööver de gööt, tekst samen met Henk Harmsen (Duitse vertaling Tim van der Grijn) , samenstelling Ton Bekker en druk HOAB, Doetinchem
Dit is een herinnerings- ,herdenkingsboekje rond het wegvallen van de Europese binnengrenzen per 1 januari 1993. Behandeld worden het ontstaan en de loop van de grens tussen grenspaal 680 en 705 en het wel en wee van het wonen aan een grens. Het boekje is onderdeel van een tentoonstelling, rond het thema ‘smokkelen’, die plaatsvond tussen kerst (92) en Nieuwjaar (93) in de zaal van grenscafé de Peer aan de Emmerikseweg. Daar werd, in deze tijd, ook een monument voor de ‘pungelaar’ (= smokkelaar) onthuld.

1993 Montferland (Hulzenberg), gedicht gepubliceerd in ‘Old Ni-js’ lijfblad van Heemkundekring Bergh, nummer 27, ’s Heerenberg december 1993.
Mijn eerste kleine bijdrage aan dit blad. De tekst is nog in het Nederlands, terwijl ik toen ook al wel in het dialect schreef. Dit gedicht is ook rond deze tijd op muziek gezet en in 2009 op mijn tweede cd Terug naor de Blauwhorst terecht gekomen, in het dialect, onder de titel Hulzenbarg (Montferland).
1994 Achter vensters, gedichten. Uitgegeven in eigen beheer als Cahier 1, Bergherdieck, Doetinchem.
In dit cahier (vier A4tjes dubbelgevouwen inclusief kaft) staan negen gedichten, in het Nederlands, uit eind jaren tachtig en begin jaren negentig. Hierin is ook het gedicht Montferland (Hulzenberg) opgenomen en Stokkum, dat ook –in het dialect- als lied op de cd Terug naor de Blauwhorst staat. Daarnaast is het gedicht Schemer de basis geweest voor een ander lied op deze cd, n.l . Tweelichte.
Twee gedichten uit deze bundel, Achter vensters en Langs paden en wegen, zullen als liedjes in het dialect onder de titels An ’t raam en Langs pae-je en weagen op de eerstvolgende cd komen te staan. Daarnaast staan in dit cahier nog vier gedichten: Vluchten, Reïncarnatie, Verdwaald en De regen. Het cahier heeft nog een tijdje in een aantal boekwinkels gelegen. Het plan was toen om nog meer van deze cahiers samen te stellen, maar dat is tot op heden nog niet gebeurd.
1994 Lijm, gedicht. Uitgegeven in bundeltje Gruitpoort, Filmhuis in het kader van poëzie manifestatie n.a.v. het heropenen van Simonsplein in Doetinchem.
In 1994 werd het Simonsplein in Doetinchem opnieuw ingericht en vormgegeven. Daarbij werden er palen, waarop in brons gegoten gedichten waren aangebracht, op een aantal plekken geplaatst. Rond dit gegeven en de Boekenweek van dat jaar, organiseerde de Gruitpoort en het filmhuis een poëzieproject ‘Een avond vol gedichten’. Daaraan werkten een aantal landelijke dichters mee, als Simon Vinkenoog en Jan Boerstoel, maar ook een aantal regionale dichters als Kees Rood, Theo Wiendels, Marrit Verwiel en wijlen Harm Wind, die later nog landelijke bekendheid kreeg. Ook ik heb hieraan deelgenomen. Er was een soort estafette op verschillende locaties rond het Simonsplein georganiseerd, waarbij roulerend steeds andere dichters optraden. Ik begon in de Catharina kerk (met het lied Montferland (Hulzenberg) en daarna nog 3-4 andere gedichten. Daarna in de kelder van het hotel de Graafschap. De gedichten uit het cahier Achter vensters heb ik hiervoor gebruikt.
Het filmhuis had in dit kader een zestal regionale dichters, waaronder ik, gevraagd om aan de hand van het thema de kruik, uit de film Kaos, een gedicht te schrijven. Als ‘prijs’ voor het meest geslaagde gedicht werd een copie van de film beschikbaar gesteld. Daarvoor heb ik het gedicht Lijm ingestuurd en ook op deze avond, nog in de oude Gruitpoort, voorgedragen. Daarna moest ik snel door naar het volgende optreden. Na afloop van dat optreden hoorde ik dat ik de film Kaos had gekregen.
1995 Bennie, oorlog en bevrijding. Een Berghs oorlogsdagboek uit de Tweede Wereldoorlog. Herdenkingscommité Bevrijding Bergh, gemeente Bergh. Druk Hoab, Doetinchem.
In het kader van de viering van 50 jaar bevrijding werd dit boekje geschreven, m.n. bedoeld voor de basisschooljeugd. Basis ervan is het dagboek van een ’s Heerenberger, dat vertaald is voor een jeugdig publiek. Het algemene verhaal van de Tweede Wereldoorlog wordt gekoppeld aan de gebeurtenissen en de ervaringen van mensen in deze regio. Daarvoor zijn ook nog een 10 tal overlevenden uit die tijd geïnterviewd. Samen met Henk Harmsen, Edwin Zweers en Fred Besseling heb ik de tekst geschreven en kinderen van de verschillende basisscholen zijn gevraagd er tekeningen bij te maken.
1997 Onze lieve olders, verhaal in bundel Den Tillefoon, verhalen en gedichten in het Achterhooks en Liemers, redactie Stef Grit, Stichting Staring Instituut, Doetinchem.

Aan deze dialectbundel hebben een vijftiental schrijvers en dichters uit Achterhoek en Liemers meegewerkt. Het was in een gezamenlijk initiatief van ‘Stichting Staring Instituut’, ‘Dialectkring Achterhoek en Liemers’ en ‘de Vereniging Vrienden van de streektaal voor Lochem en omgeving’ uitgegeven. De titel komt van het verhaal Den Tillefoon van Henk Krosenbrink.
Mijn bijdrage is het verhaal over mijn grootouders dat ik grotendeels heb opgetekend aan de hand van verhalen van mijn oom. Rond eind jaren tachtig ben ik begonnen met het interviewen van oud ’s Heerenbergenaren en mijn oom was daarvan de eerste. Het verhaal is, natuurlijk, een vrije interpretatie van de verschillende feiten, maar ik vind het wel aardig dat deze herinneringen aan mijn grootouders in deze bundel een plek hebben gevonden.
2002 De vergeate brief, verhaal in bundel Alles Plat(t), Anthologie/Bloemlezing uit Achterhoek en Liemers, Grafschaft Bentheim, Twente en Westfalen, Gesamtherstellung Franz Gescher, Achterland Verlagscompagnie, Vreden
In 1999 werd ik door Henk Lettink gevraagd een bijdrage te leveren aan een samen te stellen anthologie van dialecten aan de Nederlands-Duitse grens van Drente tot en met de Achterhoek en Liemers. Uiteindelijk heeft het nog tot oktober 2002 geduurd voordat het boek in Zwilbrock gepresenteerd kon worden. Het is een mooie uitgave geworden en ik ben vereerd dat er een verhaal van mij, als representant van de Liemers, in staat.
Het verhaal gaat over een jongeman die in 1942 te werk wordt gesteld in Duitsland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Daar krijgt hij een relatie met een Duitse vrouw en als hij teruggaat naar Nederland, in augustus 1945, is zij van hem in verwachting. Terug in Nederland wil hij geen contact meer met vrouw en hun kind. Met zijn eigen sterven in zicht schrijft hij, als oude man, deze brief, waarin hij probeert uit te leggen wat er is gebeurd en waarom hij zo heeft gehandeld. Misschien ook een spijtbetuiging. Uiteindelijk stuurt hij de brief niet op en vinden zijn kinderen de brief in zijn nalatenschap.
2004 Gardienen, gedicht in Poëziepuntgl, poëzietijdschrift voor Gelderse dichtkunst. Jaargang 2, nummer 4 december. Herman Erinkveld hoofdredacteur, uitgeverij Kontrast, Oosterbeek.
In 2003 werd dit poëzieblad voor de provincie Gelderland opgericht door uitgeverij Kontrast in Oosterbeek met medewerking van Herman Erinkveld en enkele boekhandelaren. In de redactie zaten, naast Herman Erinkveld, o.a. dichters Ton Luijten en Liesbeth Ulijn. Per september 2011 is er een nieuwe redactie met o.a. Sander Grootendorst en Peter Vermaat als nieuwe hoofdredacteur.
Vanaf december 2004 zijn er regelmatig gedichten van mij in dit blad gepubliceerd. Er is, vaak op de laatste pagina’s van het blad, ruimte ingeruimd voor poëzie in het dialect. Daar wordt ook aandacht besteed aan o.m. werk van Henk Krosenbrink, Joop Boxstart, Bert Scheuter of Hans Mellendijk. Gardienen is later als lied op mijn eerste cd An de grens verschenen.
2006 Niet te koop en Naor huus, gedichten in Poëziepuntgl, poëzietijdschrift voor Gelderse dichtkunst. Jaargang 4, nummer 2 juni. Herman Erinkveld hoofdredacteur, uitgeverij Kontrast, Oosterbeek.
Twee gedichten die zijn geschreven voor de eerste cd An de grens die een half jaar eerder, december 2005, was gepresenteerd. In dit nummer van Poëziepuntgl wordt de cd in de rubriek ‘uitgaven’ genoemd en worden deze twee teksten/liedjes gepubliceerd. Omdat de laatste twee regels van het gedicht Naor huus zijn weggevallen in dit nummer, wordt deze tekst in het volgende nummer, september 2006, opnieuw geplaatst, maar dan volledig.
2007 Najaarsgedicht, gedicht in de bundel ‘Het park vertelt’, een overzichtsbundel van de ingezonden gedichten van dichters die mee hebben gewerkt aan het poëziefestival met de gelijknamige naam in 2007. Redactie Herman Erinkveld, uitgeverij Kontrast, Oosterbeek.
De mensen van Kontrast en Poëziepuntgl waren ook de initiatiefnemers van het jaarlijkse poëziefestival in Oosterbeek: Het park vertelt! Voor het eerst georganiseerd in 2005 in het park Hartenstein. Voor deze editie had ik het gedicht Najaarsgedicht ingestuurd.
2006 An de grens, cd in eigen beheer uitgebracht , Bergherdieck Doetinchem.
In 2005 heb ik de beslissing genomen om een cd te gaan maken. Altijd aan getwijfeld, maar het werd tijd om de vele gedichten, waarvan er al heel wat op muziek waren gezet, op een cd te verzamelen. Ik had deze liedjes altijd, tot dan toe, alleen gezongen en mezelf begeleid op gitaar. Ik was benieuwd hoe deze nummers zouden klinken als ze wat meer gearrangeerd zouden worden en er wat meer instrumenten zouden worden toegevoegd. Samen met Huub van Ling (gitaar) en Harry Steverink (drums) begonnen en al snel kwam Kees Weitkamp (viool, mandoline) er bij en verder werkten Geo Wassink (orgel, piano), Jacqueline Scheuter (zang), Daan de Bruin (bas, elektrische gitaar) en een aantal blaasmuzikanten van de Feuerwehrharmonie uit Vreden er aan mee. Op een aantal nummers zingen ook een aantal familieleden mee. In februari is de cd bij grenscafé De Peer in ’s Heerenberg gepresenteerd. Zie voor verdere info de website.
2009 Naojaorsgedicht en Terug naor de Blauwe Horst, gedichten in Poëziepuntgl, poëzietijdschrift voor Gelderse dichtkunst. Jaargang 7, nummer 2 juni. Herman Erinkveld hoofdredacteur, uitgeverij Kontrast, Oosterbeek.
Dit nummer is geheel gewijd aan het net gehouden poëziefestival Het park vertelt, jaargang 2009. Een apart boekje, zoals in 2007, is waarschijnlijk te duur gebleken en nu worden alle ingezonden gedichten in dit nummer gepubliceerd. Daarvoor heb ik twee gedichten ingestuurd en ook tijdens het festival voorgedragen. Tijdens dit festival heb ik ook een tweetal nummers gezongen: Hulzenbarg (Montferland) en Terug naor de Blauwe Horst. Alles dit keer in het dialect en het gedicht Terug naor de Blauwe Horst nog onder de oude titel, die op mijn tweede cd, die een half jaar later zou worden gepresenteerd, is veranderd in Terug naor de Blauwhorst. Ik had n.l. inmiddels via oude landkaarten ontdekt dat dit de originele oude naam van dit gebied is.
2009 Terug naor de Blauwhorst, cd in eigen beheer uitgebracht , Bergherdieck Doetinchem.
Na An de grens in 2006 te hebben gepresenteerd, was dit het logische vervolg daarvan. Rond het zelfde thema geboortegrond en jeugdervaringen zijn de liedjes/gedichten van deze cd geschreven. Daarbij een aantal geheel nieuwe teksten (o.a Linthorst, Geboortegrond, Naeve de Waetering, de Stalknecht) naast al wat oudere (o.a. Stökkum, Ingekuuld gres en meester Heuvel). Naast oude bekenden als Huub, Harry, Kees en het familiekoor werkten aan deze cd m.n. Sander Berendsen (piano, synthesizer) mee. De cd werd opgenomen in een andere studio, n.l. die van Martin Memelink in Didam . In december 2009 is de cd in het theehuis bij Huis Bergh gepresenteerd.
2011 An ’t raam, An ’t raam 2 en Fermez l’horizon, gedichten in Poëziepuntgl, poëzietijdschrift voor Gelderse dichtkunst. Jaargang 9, nummer 4 december 2011. Peter Vermaat hoofdredacteur, uitgeverij Kontrast, Oosterbeek.
Weer een paar gedichten ingestuurd, die ook op de komende, derde cd als lied een plek zullen krijgen. Alleen zal An ’t raam op de cd onder de titel Uutzich verschijnen en An ’t raam 2, gewoon als An ’t raam. Ook Fermez l’horizon staat als lied op de in december 2014.
2014 Opschudde, column in Achterhoekse Almanak, 30e jaargang 2015 , Erfgoedcentrum, oktober 2014, Doetinchem.
Dit jaar voor het eerst een bijdrage geleverd aan de Achterhoekse Alamak. Het is een soort uitgebreide column geworden rond ‘Opschudde’. Dat staat voor het ruimen van graven, van mensen waarvoor de grafrechten niet meer worden betaald. Hoe dit ‘economische’ aspect zelfs onze ‘laatste rustplaats’ verstoord en ook op deze manier een belangrijk stukje erfgoed verloren gaat.
2014 Tussen droom en werkelijkheid, essay in het Jaarboek Achterhoek & Liemers, no 38 , Mr.H.J.Steenbergen Stichting en het Erfgoedcentrum, oktober 2014, Doetinchem.
Via mijn lidmaatschap van de studiegroep H.W. Heuvel heb ik deze bijdrage aan het Jaarboek mogen leveren. Het jaarboek is grotendeels gewijd aan meester Heuvel, ter gelegenheid van zijn 150e geboortejaar. In mijn essay ga ik nader in op de betekenis van zijn belangrijkste werk ‘Het Oud-Achterhoeksch boerenleven’ en wat dat voor mij, als lezer, betekent. Daarbij speelt de schrijfstijl van Heuvel een belangrijke rol, die ik duid als ‘poëtisch proza’ en dit werk dan ook meer als een roman, dan als een feitelijke beschrijving van de werkelijkheid zie. Heuvel ‘gebruikt’ de beleefde werkelijkheid van zijn jeugd om een ideale wereld te beschrijven: de heile wereld, zijn ‘Hof van Eden’.
Het is voor mij heel bijzonder om deze bijdrage te hebben kunnen leveren. Hiermee kreeg ik de gelegenheid gestructureerd na te kunnen denken over de betekenis van Heuvel voor mijn eigen ontwikkeling, waarmee ik tevens mijn verbondenheid met het werk van Heuvel heb kunnen uitdrukken. En blijkens het symposium dat de studiegroep in oktober in Gelselaar rond Heuvel heeft gehouden, sta ik daarin niet alleen.
2014 Dit laeve hier..an ‘t raam, cd in eigen beheer uitgebracht , Bergherdieck november 2014, Doetinchem.

Na An de grens in 2006 en Terug naor de Blauwhorst in 2009 te hebben gepresenteerd, is vijf jaren later deze dubbelaar uitgegeven . In november 2014 is in de theaterzaal van het Barghs huus in ’s Heerenberg dit gebeurd en ook deze plek is weer een bijzondere. Als oude Mavo is het de middelbare school geweest waar ik 5 jaren heb doorgebracht. 22 Nummers staan erop rond gevarieerde onderwerpen en op basis van verschillende muzieksoorten. Naast oude bekenden als Kees (Weitkamp), Tycho (Schippers), het familiekoor, Sander Berendsen werkten dit keer ook Ronny Kolenbrander en Geo Wassink, het koor Levertraan uit Terborg en het dweilorkest ‘Braomps Kabaal’ mee. De cd werd weer opgenomen in de studio van Martin Memelink in Didam , maar de mix is dit keer gemaakt door student Jesse Bergevoet (Mijn School, Graafschap College) i.s.m. Tycho.
2015 Taal zonder lichaam, In verwachting en Nao bestaon, gedichten in Poëziepuntgl, poëzietijdschrift voor Gelderse dichtkunst. Jaargang 13, nummer 2 juni 2015. Peter Vermaat hoofdredacteur, uitgeverij Kontrast, Oosterbeek.
Na bijna 4 jaren weer een bijdrage in dit blad. Weer drie gedichten die als liederen op laatste cd terecht gekomen zijn onder dezelfde titels.
2017 Eindelijk thuis, het heimwee als Leitmotiv in het werk van H.W. Heuvel, een boek van de studiekring meester Heuvel en uitgegeven door Mr.H.J.Steenbergen - Stichting, november 2017, Doetinchem.
Bijdrage aan Heuvelboek. Artikel is eigenlijk vervolg op mijn bijdrage over Heuvel, dat verscheen in Jaarboek 38: ‘Tussen droom en werkelijkheid’ en gaat verder in op het existentieel heimwee van Heuvel.
2017 Twee geloven op één kussen.. artikel in het Jaarboek Achterhoek & Liemers, no 41 , Mr.H.J.Steenbergen Stichting en het Erfgoedcentrum, december 2017, Doetinchem.
Op basis van interviews met 5 ’s Heerenbergenaren een verhaal over de Protestantse minderheid in ’s Heerenberg in de jaren ’30 tot en met jaren ’70. Ook poging Reformatie als beweging te waarderen. Quote uit mijn verhaal vooraan in boek!


2017 Hulzenbarg (Montferland), gedicht in laatste nummer Poëziepuntgl, poëzietijdschrift voor Gelderse dichtkunst. Samengesteld uit 15 jaren Gelderse dichtkunst door Peter Vermaat en Herman Erinkveld, december 2017, uitgeverij Kontrast, Oosterbeek.
Na 15 jaargangen stopt uitgeverij Kontrast, de initiatiefnemer en producent van dit blad, er mee. Per nummer moet er teveel op worden toegelegd. Jammer. Mijn bijdrage is één van mijn eerste dialectgedichten, dat verrassenderwijze nog nooit in dit blad was opgenomen. Daarom, een teopasselijke afsluiting van mijn bijdragen aan dit mooie poëzieplatform.

2021 De kleine geschiedenis van een grote school, ,de geschiedenis van de Galama jongensschool aan de Stokkumseweg tussen 1960 en 1971. Bergherdieck 2021, lay out Loek Kemming.

Al in 2018 met voorberieidingen begonnen. Veel oud-leerkrachten en oud-schoolgenoten gesproken, in archieven gezocht. Tijdens Corona periode begonnen met schrijven. Al met al ruim twee jaren met deze geschiedenis over mijn eigen lagere schooltijd bezig geweest. Op zaterdag 9 oktober heeft de boekpresentatie plaatsgevonden in de voormalige school aan de Stokkumseweg in 's-Heerenberg. Aansluitend was er nog een reünie bij café de Snor, waar zo'n 70-80 oud leerlingen aanwezig waren.
2022 Plakboek afdeling Atletiek Mountain Stars, ,
de geschiedenis van de afdeling atletiek van basketbal/atletiekvereniging Mountain Stars
's-Heerenberg tussen 1969 en 1977. Bergherdieck 2022.
Op 1 oktober 2022 vond er een reünie plaats van de atletiek afdeling van Mountain Stars in 's-Heerenberg. De dag begon, uiteraard, in de bar van het Willem van den Berghcentrum, het voormalige
gebouw van de St. Paulus Mavo, waar de oprichter van de vereniging, Nol Schrijvers, docent lichamelijke opvoeding was en de meeste atleten begin jaren 70 op school zaten, zoals Ben ten Have, Carlo Wijnands, John Teunissen, Clary van der Vossen, Ans Wissink, Anneke Boogaerts, Thea Wieggers, John Jansen en André Fenneman.
In de theaterzaal werd teruggekeken op de atletiekjaren en de behaalde (landelijke) successen, met name behaald door Carlo, John T. en André F. Nol kreeg het eerste exemplaar van dit plakboek overhandigd en er waren bloemen voor zijn vrouw Annemarie. Daarna verplaatsten wij ons naar het Eugen Reintjes stadion in Emmerik, waar vroeger de trainingen plaatsvonden. En oude tijden herleefden: Nol en Annemarie in een (gehuurde) Renault 4 en 's-avonds was er weer een traditionele 'kippenfuif' bij Nol en Annemarie in Zeddam.
2023 'Hij heeft mijn beschermengel afgepakt',de vergeten vergismoord op een pater jezuïet uit 's-Heerenberg. Artikel in het Jaarboek Achterhoek & Liemers, no 46 , Mr.H.J.Steenbergen Stichting en het Erfgoedcentrum, februari 2023, Doetinchem.

Binnen het thema criminaliteit schrijf ik over een vergismoord op een pater jezuït Peter Wenger van het Bonifatiusklooster uit 's-Heerenberg. Vanuit daar verricht hij missiewerk in Mühlheim an der Ruhr. Op de avond van woensdag 19 februari 1913 schiet de Groninger Herman Weinand hem daar dood. Het blijkt om een vergismoord te gaan, want eigenlijk zijn de kogels bedoeld voor de plaatselijk pastoor Weller,
die volgens de schutter, ‘zijn beschermengel heeft afge pakt’. Peter Wenger is de eerste overledene die op de net in gebruik genomen begraafplaats in de kloostertuin in 's-Heerenberg wordt begraven.
2023 St. Joseph vereeniging 1900-1925, een voorbeeld van rooms-katholieke emancipatie? Artikel gepubliceerd in ‘Old Ni-js’ lijfblad van Heemkundekring Bergh, nummer 114, ’s Heerenberg, maart 2023.

Leden van de St. Jozeph vereeniging tijdens het 12 1/2
jarig bestaan in 1912 achter het vereniginggebouw.
In dit artikel ga ik terug naar het begin van de vorige eeuw. Die tijd wordt ook wel aangeduid als een periode van de Rooms-Katholieke emancipatie. Aan de hand van de ontstaansgeschiedenis van de St.Joseph-vereeninging in ’s-Heerenberg, ga ik na wat die emancipatie precies inhield en welke betekenis ze heeft gehad voor de leden van die vereniging.
2023 'Ga naar het land dat ik u wijzen zal', de mens als migrant. Artikel in het Jaarboek Achterhoek & Liemers, no 47 , Mr.H.J.Steenbergen Stichting en het Erfgoedcentrum, december 2023, Doetinchem.

Dit jaar wordt er, door organisatorische problemen in het vorig jaar, twee edities van het Jaarboek uitgegeven. Dit Jaarboek heeft als centraal thema migratie, een zeer actueel thema. Migratie is de laatste tijd een belangrijk, maar ook problematisch onderwerp geworden. Migratie gaat niet alleen over vluchtelingen, verjaagden of gewoon mensen die ergens opnieuw een leven op willen bouwen. Het gaat ook over onszelf: wij allen stammen af van migranten of zijn dat ook zelf. In dit artikel wordt eerst in vogelvlucht de rol van de migratie in de geschiedenis behandeld. Daarnaast worden er een aantal belangrijke aspecten van migratie aan bod. In het tweede deel zet ik het thema in een breder religieus-metaforisch perspectief.
2024 'Houd 's-Heerenberg hoog in ere!', Over de honderdjarige voetbalhistorie van RKBVV en MvR. Voetbalboek over met name MvR en haar voorloper RKBVV & Atlethiekclub. In opdracht van bestuur Fc Bergh. Opmaak en druk: Het Boekenschap, Zelhem. Bergherdieck 2024.

Ergens in 2021 ontdek ik in het archief van de Heemkundekring Bergh een uitgebreid digitaal MvR-bestand. Dat materiaal nodigt uit om er iets mee te gaan doen. Op 6 april 2022 is er een eerste overleg met het bestuur van FC Bergh en wordt er besloten een boek te gaan samenstellen. Belangrijkste reden voor het bestuur om een boek uit te geven over de geschiedenis van het voetbal in ’s-Heerenberg is het feit dat MvR in december 2020 honderd jaar bestond. Ondanks het feit dat MvR in 2019 opgaat in de Fusieclub Bergh kan dit jubileum worden gevierd, omdat de officiële oprichtingsdatum van 16 december 1920 ook voor die fusieclub gehandhaafd blijft. Maar, zoals wij allen nog goed weten, de covidpandemie gooit roet in het eten. Alle (groeps-)activiteiten zijn lange tijd verboden en zo gaat ook 16 december 2020 stil voorbij. Het bestuur ziet dit als een mooi alternatief voor het niet kunnen vieren van het honderdjarig bestaan in 2020. Na ruim tweeëneenhalf jaar werd het boek op 22 november gepresenteerd tijdens een feestelijke avond in de kantine van Fc Bergh. Een megaklus, over de 500 pagina's, maar met veel liefde en voldoening gemaakt en een mooie aanvulling op de geschiedschrijving van 's-Heerenberg. Zie verder Logboek december 2024.
2024 'Avonturen aan de Wetering', een gehavend jongensboek. Artikel in het Jaarboek Achterhoek & Liemers, no 48 , Mr.H.J.Steenbergen Stichting en het Erfgoedcentrum, november 2024, Doetinchem.

Het thema van het laatste Jaarboek is de mens en het water. Een mooie gelegenheid om een oude versie
van mijn verhaal over de Wetering uit 1987 te herschrijven en te publiceren. Een verhaal over mijn
relatie met de Wetering door de jaren heen. De titel is geïnspireerd op die van oude jongensboeken uit
de jaren 50 of 60: 'Avonturen aan de Veenplas', 'Om het bruine monster' of de boeken uit de serie 'de
Kameleon'. Boeken waarin het water een grote rol speelt en waaraan wij hier zo'n gebrek hebben. Ter
gelegenheid van dit verhaal ook voor het eerst het deel van de Wetering tussen de brug bij Spijk en de
Hauberg onder Elten, waar de Wetering in de Oude Rijn stroomt, verkent. Zie ook Logboek december
2024.
Leuke bijkomstigheid was dat het Jaarboek werd gepresenteerd in het gebouw van het
Waterschap in Doetinchem. In 1986 werd het verhaal niet opgenomen in de bundel, vanwege de kritische
noten over de toen doorgevoerde 'herstructuring' van de Wetering en het feit dat het door het
Waterschap als verboden wandelgebied werd verklaard. Nu gebeurde dat dus wel. Is het toch nog goed
gekomen.
N.B. Later is er toch een wandelpad langs de Wetering gekomen tussen de 's-Heerenberger Brücke en de
Linthorst. Maar nu (mei 2026), lijkt dat pad toch weer afgesloten te zijn!?
2025 Leven met 'goed' en 'fout', grijstinten in het Berghse oorlogsverhaal. Artikel gepubliceerd in ‘Old Ni-js’ lijfblad van Heemkundekring Bergh, nummer 120, ’s Heerenberg, maart 2025.

Een ansichtkaart waarop een Duitse marinier op wacht staat voor het patersklooster Sint-Bonifatiushuis in ‘s-Heerenberg,
waarin vanaf 1 april 1942 tot de herfst van 1944 de 3e compagnie van de Marine-Sanitätsschule huist.
(Bron: archief André van Gessel)
Deze editie van Old Ni-js is geheel gewijd aan de Tweede Wereldoorlog. In mijn bijdrage ga ik na hoe met name het thema 'goed en fout' in die oorlog is behandeld in de (Berghse) oorlogsliteratuur, zoals bijvoorbeeld in ‘Er op of er onder’ (W.P. Nederkoorn en G.J.B. Stork: Doetinchem: Misset 1946) en in het boekje van P. van Nispen: ‘De gemeente Bergh tijdens de Tweede Wereldoorlog’ (Uitgegeven door de gemeente Bergh ter gelegenheid van de bevrijdingsherdenking op 5 mei 1970). In de loop van jaren heeft dat denken en schrijven daarover zich ontwikkeld van een 'zwart-wit' denken (goed zijn 'wij', de geallieerden en 'fout' zijn de Duisers en de duits-gezinde Berghenaren/Nederlanders) naar een wat meer genuanceerd behandelen van dit thema. Er is meer aandacht en ruimte voor de verhalen en het lot van de 'foute' Berghenaren en ook het 'goede' wordt hier en daar onder kritiek gesteld. Zo is er meer ruimte voor de minder florisante kant van het oorlogsverhaal, de 'achterkant van ons oorlogsverhaal, zoals het ook wel wordt genoemd. Het 'zwart-wit' denken kleurt wat meer in grijstinten. Goed voorbeeld daarvan in onze eigen omgeving is bijvoorbeeld het verhaal van dr. jan Herman van Heek.
Het artikel eindigt met een voorstel voor nieuw perspectief: ....voor het verwerken van het algemeen en persoonlijk oorlogstrauma is het van essentieel belang dat ook die ‘achterkant' nadrukkelijk wordt opgenomen in ons oorlogsverhaal. Daarmee wordt dat verhaal eerlijker en vooral menselijker, zeker wanneer we dat willen blijven vertellen in het kader van de oproep ‘nooit meer!'. Daarvoor is nodig dat ook de schaduwzijde, de grijstinten van de oorlog, serieuze aandacht krijgen. Dat voor huidige generaties duidelijk wordt dat in uitzonderlijke tijden niet iedereen een held is, maar dat mensen ook ‘foute' beslissingen kunnen nemen en vooral waaróm ze dat doen. Of nog ingewikkelder, te laten zien dat ‘goede' mensen ook foute beslissingen kunnen nemen, en ‘foute' mensen ook goed kunnen handelen.
En ternslotte: Hoe kunnen we ons oorlogsverhaal eerlijker en menselijker maken? We zouden allereerst op zoek kunnen gaan naar de eigen verhalen van collaborateurs en daarbij, zonder (voor)oordeel, proberen te achterhalen wat de redenen voor hun gedrag is geweest. We zouden ze (of hun kinderen) kunnen betrekken bij de 4/5 mei-activiteiten, wat hier in 's-Heerenberg tot op de dag van vandaag nog niet mogelijk is geweest. En ten slotte, misschien nog wel het belangrijkste, zouden we eens kunnen stoppen met het blijven herhalen van die aloude verhalen over ‘foute' plaatsgenoten in de vorm van roddel en entertainment. Het inzicht dat wij wellicht in dezelfde omstandigheden ook verkeerde beslissingen zouden kunnen nemen, kan de mogelijkheid bieden hen te ‘bevrijden' van de kwalificatie ‘fout' en onszelf van het superioriteitsgevoel van ons eigen veronderstelde ‘goede' gedrag, dat impliciet in het vertellen van die oude verhalen doorklinkt.
Zie ook Logboek december 2025.
2025 Gouden Handen: de droom én de werkelijkheid,.
Artikel gepubliceerd in ‘Old Ni-js’ lijfblad van Heemkundekring Bergh, nummer 122, ’s Heerenberg, december 2025.
In de zomer van 2024 schonk Ineke Lohmann een grote hoevelheid archiefmateriaal over Gouden Handen, het creativiteitscentrum dat tussen 1975 en 1999 was gehuisvest in het voormalige Bonifatiusklooster aan de Emmerikseweg. Samen met haar man waren zij de laatste eigenaren van dit centrum. In september dit jaar is daarmee een tentoonstelling ingericht in de voormalige kapel van het klooster. Dit artikel behandelt de geschiedenis van Gouden Handen en doet verslag van de tentoonstelling. Zie ook Logboek december 2025.
2026 'Die na zijn dood nog lang zal spreken' Een wandeling door de betekeniswereld van meester Heuvel en zijn werk in de afgelopen honderd jaar. Artikel in het boek 'Hendrik Heuvel, bij zijn 100e sterfdag. Een uitgave van de studiekring meester Heuvel. Redactie: Willem J. Ouweneel e.a. Uitgeverij Aspect, mei 2026.

Op 9 mei 2026 vond de herdenking van meester Heuvel's honderste sterfdag plaats in Borculo en in en
bij de museumboerderij de Lebbenbrugge. (Zie ook Logboek mei 2026). Daarbij werd ook een nieuw
boek over en met verhalen van de schrijver van het bekende boek 'Het Oud-Achterhoeks boerenleven'.
Mijn bijdrage is geschreven in de vorm van een fictieve wandeling die ik met meester Heuvel maak
door tijd en ruimte.
Journalist Arend Heideman, lid van de studiegroep meester Heuvel, schrijft over het boek in een
persbericht:
Herdenkingsboek zet schrijver H.W. Heuvel in ander licht
Het herdenkingsboek Hendrik Willem Heuvel bij zijn 100e sterfdag zet deze schrijver in een ander
licht. Naast zijn amper bekende en nu uitvoerig toegelichte publicatie Licht over de graven;
Gedachten over onsterfelijkheid uit 1921 en zijn onbekende liefdesverhaal Hilde zijn enkele artikelen
over hem opgenomen, die een nieuwe kijk bieden.
Voor het eerst wordt thans de in 1864 op Blauwhand in Oolde bij Laren geboren Heuvel uitvoerig
belicht als drankbestrijder. Eveneens grondig bestudeerd voor deze nieuwe uitgave is zijn
vriendschap met de 25 jaar jongere schrijver Hendrik Odink uit Eibergen, die volgens Leo van Dijk
verder reikte dan een gedeelde interesse voor het verleden van hun streek. Over één ding waren
ze het volgens hem roerend eens: thuis bij moeder ligt het paradijs. Dankbaar maakte Van Dijk
gebruik van een onlangs opgedoken stapeltje brieven uit Odinks jonge jaren.
Negen auteurs naast Heuvel
Naast Heuvel, van wie vijf verhalen alsnog of opnieuw verschijnen en die aandacht krijgt in een stuk
over twee eerdere herdenkingen (in 1926 en in 1964, een eeuw na zijn geboorte), prijken de namen
van negen andere auteurs in het boek. Onder wie die van de vier redactieleden, allen lid van de
studiekring H.W. Heuvel. Hoofdredacteur (ook bij vier eerdere Heuvelboeken) Willem J. Ouweneel
schreef naast een inleidend stuk de artikelen Het geloof van Hendrik Willem Heuvel en Heuvel en de
dokters (de echte en de onechte) en René Nijhof schenkt aandacht aan Heuvel en het onderwijs.
Onder de auteurs zijn ook twee familieleden van Heuvel: achterkleinzoon Johan van Rhijn (hij
schreef Heuvels missie) en Tonny Roeterdink (achterkleinzoon van een broer van Heuvel en lid van
de studiekring), die ‘Klein-Jan’ in de Hof van Eden presenteert, over een verhaal van Heuvel dat veel
gelijkenis vertoont met het begin van zijn klassieker Oud Achterhoeksch boerenleven, maar minder
autobiografisch is.
Wandeling met Heuvel
André van Gessel, troubadour van het lied met de woorden ‘Heuvel is dood’, laat in opmerkelijk proza Heuvel voor één dag terugkeren in de tijd en een wandeling maken met allerlei mensen die in relatie stonden of staan tot hem. Zo duidt hij met hen de betekeniswereld van Heuvel en zijn werk.
Theo Leoné werpt met het artikel Gerrit Kraa zet Heuvel in de eregalerij van rasvertellers een Twentse blik op Heuvel. Zeer jong in vergelijking met de overige auteurs is de dertiger Kay Wils, die schreef over de bijzondere vriendschap tussen Heuvel en de Ruurlose evangelist Hilbrandt Boschma, over wie hij vaker publiceerde.
Met deze bijdrage is mijn trilogie over meester Heuvel voltooid. Het eerste deel werd in 2014 gepubliceerd in het Jaarboek no.38 onder de titel 'Tussen droom en werkelijklheid'. Daarin beschrijf ik mijn relatie met het werk van meester Heuvel. Een vervolg op dit verhaal volgde in 2017 in het boek 'In het voetspoor van Heuvel', samengesteld en geschreven door leden van de studiekring en uitgegeven door de Mr.H.J.Steenbergen - Stichting. In mijn artikel 'Eindelijk thuis': het heimwee als Leitmotiv in het werk van H.W. Heuvel, probeer ik te onderbouwen waarom het existentieel heimwee de kern vormt van zijn werk en de hoofdreden is geweest om te publiceren. Met deze 'wandeling' met Heuvel door tijd en ruimte sluit ik de trilogie af. Daarnaast zijn er nog mijn liedjes geïnspireerd op Heuvel, zoals 'Heuvel is dood', 'Ingekuuld gres', Terug naor de Blauwhorst' en 'De dood uut de Plantage', en ook nog de verschillende columns over hem. Met dat alles is, wat mij betreft, gezegd wat er gezegd moest worden over meester Heuvel. Daarbij gaat het vooral over de 'zielsverwantschap' met deze man die honderd jaar geleden leefde die ik nog altijd bespeur wanneer ik zijn werk lees.